Over Hasselt
Inleiding
Hasselt is de hoofdplaats van de Belgische provincie Limburg en telt ruim 70.000 inwoners. Hasselt is gelegen aan het Albertkanaal en de Demer, tussen de Kempen en Haspengouw, midden in de Euregio. De stad koos als wervende benaming "Hoofdstad van de Smaak", refererend naar zijn horecazaken en winkels.
Geschiedenis
Hasselt ontstond rond de zevende eeuw aan de Helbeek, een bijriviertje van de Demer. De naam Hasselt zou afgeleid zijn van 'Hasaluth' hetgeen hazelarenbos betekent. Het was een van de Goede steden van het vroegere graafschap Loon, waarvan de grenzen ongeveer samenvielen met de huidige provincie Limburg. Hasselt werd voor het eerst vernoemd in 1165 en kreeg kort daarna de felbegeerde Luikse stadsrechten. In 1232 werd deze status bevestigd door graaf Arnold IV. Deze Luikse stadsrechten hielden in dat de burgers vrijgesteld waren van karweien op het domein van de graaf en zich zo meer op handel en nijverheid konden toeleggen.
In 1236 richtten de augustijnen in Hasselt een klooster op en stichtten er een college. De augustijnenkerk, waar Diederik van Heinsberg werd begraven, is inmiddels verdwenen.
Hoewel de stad Borgloon officieel hoofdplaats was van dit kleine vorstendom zou Hasselt toch uitgroeien tot de belangrijkste stad dankzij de gunstige geografische ligging en dankzij de nabijheid van de grafelijke burcht en de abdij van Herkenrode in Kuringen.
In 1366 werd het graafschap Loon ingelijfd bij het prinsbisdom Luik. Om zijn Loonsgezindheid te bewijzen nam Hasselt het initiatief door in 1424 het Luikse perron op zijn wapen te vervangen door het Loonse gefaasd schild.
Everhard van der Marck en zijn familie waren in een burgeroorlog verwikkeld met de Bourgondisch gezinde aanhangers van Lodewijk van Bourbon en Jan van Horne. Hasselt, dat de kant van Luik koos werd door van der Marck ingenomen maar op 14 september 1482 door de Bourgondiers heroverd.
Als rond 1560 hagenprekers uit Nederland in het prinsbisdom het protestantisme uitdroegen leidde Gerard van Groesbeek het verzet. In 1567 kreeg Hasselt te maken met een Beeldenstorm en samen met Maaseik verklaarde deze stad zich kortstondig onafhankelijk. Gerard wist de orde te herstellen.
De situatie bleef onder het gezag van de prinsbisschop tot bij de aanhechting aan Frankrijk in 1794. Maastricht werd hoofdplaats van het gebied dat toen het Departement van de Nedermaas heette.
Na de nederlaag van Napoleon en de vereniging met Nederland werd de naam 'Limburg' gekozen. Ook toen Belgie onafhankelijk werd bleef deze naam behouden en werd 'Loon' vergeten.
Na de onafhankelijkheid, in 1831, vond er tijdens de Tiendaagse veldtocht een confrontatie plaats met Nederlandse troepen in de Slag om Hasselt.
In 1839 werd Hasselt definitieve hoofdplaats van de Belgische provincie Limburg. In 1830 was Hasselt al 'interim-hoofdstad' van Limburg geworden omdat men hoopte Maastricht nog te kunnen annexeren opdat deze stad als hoofdstad zou dienen.
Na 1840 vond de nieuwe provinciehoofdpaats aansluiting op de internationale waterwergen en op het spoorwegnet. De eerste spoorlijn naar Hasselt werd in 1847 ingehuldigd. In 1856 werd een eerste degelijk stationscomplex opgetrokken tussen de huidige Meiliedstraat en de Luikersteenweg.
De middeleeuwse stadsmuren waren in de 17de eeuw onder oorlogsgeweld gedeeltelijk afgebroken en in 1705 volledig vervangen door een aarden omwalling. Die werd afgebroken en in haar plaats begon in 1849 de aanleg van een moderne ringlaan, de boulevard, naar een ontwerp van de Brusselse architect Spaak. Onder het bewind van burgemeester Bamps (1833-1836 en 1842-1864) werden langs die ringlaan talrijke openbare gebouwen opgetrokken: in 1847 de feestzaal Casino, in 1852 het slachthuis dat later opging in het stedelijke hospitaal (1868-1871), de gevangenis in 1857, nieuwe vleugels voor het Koninklijk Atheneum in 1865, een nieuwe gemeenteschool in 1874, de rijkswachtkazerne in 1878 en het Sint-Jozefscollege in 1881. Ook het uitzicht van de binnenstad werd sterk hertekend met de komst van nieuwe gebouwen als de dekenij, het gerechtsgebouw (verwoest in WO I) en het provinciegebouw. In de laatste jaren van de 19de eeuw zag Hasselt nog de oprichting van het gebouw van de provincieraad en het postgebouw. De architectenfamilie Jamine had gedurende drie generaties van vader op zoon grote invloed op deze evolutie: Lambert (1800-1871) was provinciale bouwmeester, Herman (1826-1885) volgde hem op en is de ontwerper van het gerechtsgebouw en het hospitaal, Leo (1858-1921) werd eveneens provinciaal architect en ontwierp het Sint-Jozefscollege.
Merkwaardige architectuur die in de eerste helft van de 20ste eeuw tot stand kwam situeert zich in de buitenwijken en langs de uitvalswegen. Opvallend voor de buurt van de Luikersteenweg is het traditionele neoclassicistische en eclectische karakter. De stationsbuurt en dan vooral de steenweg naar Diest koos voor vernieuwende 20ste eeuwse architectuur: art nouveau, moderne en nieuwe zakelijkheid. De nieuwe teneur wordt vanaf 1908 aangereikt door het Huis Van Straelen in art nouveaustijl. Wat verderop aan de Koningin Astridlaan bouwt architect Huib Hoste een modernistische woning. In de onmiddellijke omgeving staat uit de periode van het interbellum een complex van twee woonhuizen met magazijn van architect A. Baar. Wat verderop aan de Kuringersteenweg staat Huize De Brem (1934) van architect S. Brauns, een woning in nieuwe zakelijkheidsstijl.
De fundamenten van Hasselts bekende jeneverindustrie werden in de achttiende eeuw gelegd. Deze kwam in de negentiende eeuw tot haar grootste bloei. De verdere aanleg van het Albertkanaal (1930-1939) in de richting van Luik zorgde voor nieuwe industriele impulsen.
Waar nu (sinds 1979) de provinciale bibliotheek staat (hoek Badderijstraat en Martelarenlaan), stond vroeger de internationaal bekende Hasseltse keramiekfabriek. Deze 'Manufacture de Ceramiques Decoratives de Hasselt' produceerde tussen 1895 en 1954 vooral siervoorwerpen en bouwaardewerk, zoals geglazuurde baksteen en wandtegels.
In de gebouwen van deze keramiekfabriek begonnen in 1955 voorlopig de activiteiten van wat de grootste vestiging van Philips buiten Eindhoven zou worden. De fabriek werd gevestigd aan de Kempischesteenweg. In 1970 werkten er ruim 5000 personeelsleden. Philips Hasselt zou wereldberoemd worden door de uitvinding van de compact cassette en de bijbehorende cassetterecorder in 1963 en de ontwikkeling en eerste productie van de compact discspeler in 1983. De fabriek beeindigde haar activiteiten in 2003. Zij was van grote betekenis voor de ontwikkeling en productie van platenspelers spoelen- en cassetterecorders en cd-spelers. Door het merkelijk vergroten van de koopkracht in Hasselt en omgeving lag zij aan de basis van de uitgroei van Hasselt tot derde handelsstad van Vlaanderen.
Cultuur & Kunst
Het Nationaal Jenevermuseum, brengt het verhaal van de Belgische jenever. Het museum is gevestigd in een voormalige stokerij, de enigde in de Nederlanden waarvan de mouterij bewaard is gebleven. Tien weken per jaar maakt het Jenevermuseum zijn eigen Hasseltse jenever.
Het Stadsmus (vroeger: Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof) is het Hasseltse stadsmuseum waar de geschiedenis, de toekomst en de inwoners van Hasselt centraal staan.
Het Oud Kerkhof is een begraafplaats vlakbij de stad. Met zijn ijzeren en stenen kruisen, grote en kleine grafmonumenten en grafkapellen is het kerkhof een weerspiegeling van de rijkdom van de negentiende-eeuwse bourgeoisie. Vele rijke families en renteniers, ambtenaren, jeneverstokers, enz. wedijverden om het meest pompeuze en meest opvallende grafmonument als blijk van macht en fortuin.
Het Stedelijk Modemuseum schetst de geschiedenis van de westerse mode van de achttiende tot de twintigste eeuw aan de hand van authentieke kleding en accessoires, mode-illustraties en -foto's. Het topstuk van de collectie komt uit de verzameling 18e en 19e eeuwse kleding uit het privebezit van een Belgische adellijke familie. Het is een 'robe e la franeaise' uit het midden van de achttiende eeuw, de periode waarin de fantasievolle rococostijl hoogtij vierde.
Het Kunstencentrum Z33 (een afkorting van het adres Zuivelmarkt 33) in het historische Hasseltse Begijnhof focust op vormgeving en beeldende kunsten via integrale en multidiciplinaire projecten: tentoonstellingen, multimedia, film, dans, theater, muziek, ...
Het Literair Museum is gevestigd in een 19de eeuws neoclassicistisch herenhuis, vlakbij het station. Het toont vijf permanente tentoonstellingen. Er zijn ook wisselende tentoonstellingen.
Het Museum van het Heilig Paterke bevat allerlei voorwerpen uit het ouderlijke huis van pater Valentinus en uit zijn kloosterlijk bestaan. Zijn sterfbed en sterfplaats zijn er bewaard.
De Parfum-O-Theek, een klein parfumflessenmuseum, met een collectie reukflessen, miniaturen, staaltjes, parfumkaarten, publiciteit en poederdozen van de achttiende eeuw tot nu.
Het Hollywood Movie Museum is een filmmuseum met een collectie van meer dan 500 unieke voorwerpen die toebehoorden aan filmsterren. Het toont wassen beelden van acteurs met originele kledij uit films of optredens.
Het Stedelijk Beiaardmuseum is ondergebracht in de toren van de Sint-Quintinuskathedraal en belicht de geschiedenis van de toren en de beiaard. Er is een oud torenuurwerk uit 1911 dat aan een klok uit 1899 werd gekoppeld en een beiaardklavier uit de 18e eeuw. In het museum wordt het volledige klokkengietproces voorgesteld.
De Muziekodroom is een muziekcentrum, gericht op zowel de actieve muzikant als de passieve popconsument.
Het Kunstencentrum BELGIE is een erkend kunstencentrum met een aanbod aan culturele activiteiten. Het presenteert op jaarbasis een 200-tal publieke voorstellingen met video- en film, dans en theater, concerten, exposities en performances.
Eind 2007 vormden 19 kunstenaars, designers en (interieur)architecten de Hasseltse zebrapaden van de Groene Boulevard om tot "kunstoverstapplaatsen". Het project kreeg de titel crossovercrosswalk mee. De ontwerpen waren van de hand van Atelier Brink, Academie Hasselt, Arte Skol, Bram Boo, Christophe Coppens, Dada Design, Steven Brouns, Geoffrey Brusato, Sara De Bondt, Saskia de Coster i.s.m. Arno Geens, Willo Gonnissen, Stijn Helsen, Linde Hermans, Josworld, Victor Simoni, Piet Stockmans, Koen Vanmechelen, Ben Van Orshaegen en Fenna Zamouri.
Het Cultuurcentrum Hasselt, afgekort CCHa, brengt elk jaar theaterproducties, concerten, ballet- en operauitvoeringen naar Hasselt . Het omvat een grote en kleine schouwburg, een tentoonstellingsruimte, een ruime onthaalruimte, vergaderzalen, een restaurant en een park in het centrum van Hasselt. In 2006 werd de grote schouwburg volledig gerenoveerd en voorzien van een balkon.
De Abdij van Herkenrode is de eerste en ooit de rijkste vrouwenabdij in de Zuidelijke Nederlanden. De site is een stille getuige van een groots verleden dat rond 1180 begon in het centrum van het graafschap Loon. Tot aan de Franse Revolutie kende de abdij een voortdurende groei en bloei. Daarna werd ze volledig ontmanteld, verkocht en verdeeld. 200 jaren van verval en afbraak volgden. In die periode zijn onder meer de kerk en de kloostergang verdwenen. In 1972 kochten de Kanunnikessen van het Heilg Graf en in 1998 het Vlaamse gewest het overblijvende domein. Momenteel wordt er hard gewerkt aan een nieuwe bestemming voor de abdij en het 100 hectare omliggende (natuur)gebied aan de Demer.
Bezienswaardigheden
- De Sint-Quintinuskathedraal.
- De Virga Jessebasiliek
- De Japanse Tuin, die tevens de grootste van heel Europa is.
- De Abdij van Herkenrode in Kuringen.
- Het Refugehuis van de Abdij van Herkenrode, eveneens het oudste burgerlijke gebouw van de stad (1542-1544) en een tijdlang kazerne van het 11e Linieregiment dat gedurende 130 jaar hier zijn thuisbasis had tot het in 1956 werd opgeheven.
- Het Huis Van Straelen, een woonhuis in art-nouveaustijl
- Het Vliegveld Kiewit.
- De verschillende historische gebouwen en musea (zie verder) verspreid over de stad.
- Het Natuurdomein Kiewit.
- Het Kapermolenpark.
- Het stadspark, aan het Cultuurcentrum.