Het Nationaal Jenevermuseum, brengt het verhaal van de Belgische jenever. Het museum is gevestigd in een voormalige stokerij, de enigde in de Nederlanden waarvan de mouterij bewaard is gebleven. Tien weken per jaar maakt het Jenevermuseum zijn eigen Hasseltse jenever.
Het Stadsmus (vroeger: Stedelijk Museum Stellingwerff-Waerdenhof) is het Hasseltse stadsmuseum waar de geschiedenis, de toekomst en de inwoners van Hasselt centraal staan.
Het Oud Kerkhof is een begraafplaats vlakbij de stad. Met zijn ijzeren en stenen kruisen, grote en kleine grafmonumenten en grafkapellen is het kerkhof een weerspiegeling van de rijkdom van de negentiende-eeuwse bourgeoisie. Vele rijke families en renteniers, ambtenaren, jeneverstokers, enz. wedijverden om het meest pompeuze en meest opvallende grafmonument als blijk van macht en fortuin.
Het Stedelijk Modemuseum schetst de geschiedenis van de westerse mode van de achttiende tot de twintigste eeuw aan de hand van authentieke kleding en accessoires, mode-illustraties en -foto's. Het topstuk van de collectie komt uit de verzameling 18e en 19e eeuwse kleding uit het privebezit van een Belgische adellijke familie. Het is een 'robe e la franeaise' uit het midden van de achttiende eeuw, de periode waarin de fantasievolle rococostijl hoogtij vierde.
Het Kunstencentrum Z33 (een afkorting van het adres Zuivelmarkt 33) in het historische Hasseltse Begijnhof focust op vormgeving en beeldende kunsten via integrale en multidiciplinaire projecten: tentoonstellingen, multimedia, film, dans, theater, muziek, ...
Het Literair Museum is gevestigd in een 19de eeuws neoclassicistisch herenhuis, vlakbij het station. Het toont vijf permanente tentoonstellingen. Er zijn ook wisselende tentoonstellingen.
Het Museum van het Heilig Paterke bevat allerlei voorwerpen uit het ouderlijke huis van pater Valentinus en uit zijn kloosterlijk bestaan. Zijn sterfbed en sterfplaats zijn er bewaard.
De Parfum-O-Theek, een klein parfumflessenmuseum, met een collectie reukflessen, miniaturen, staaltjes, parfumkaarten, publiciteit en poederdozen van de achttiende eeuw tot nu.
Het Hollywood Movie Museum is een filmmuseum met een collectie van meer dan 500 unieke voorwerpen die toebehoorden aan filmsterren. Het toont wassen beelden van acteurs met originele kledij uit films of optredens.
Het Stedelijk Beiaardmuseum is ondergebracht in de toren van de Sint-Quintinuskathedraal en belicht de geschiedenis van de toren en de beiaard. Er is een oud torenuurwerk uit 1911 dat aan een klok uit 1899 werd gekoppeld en een beiaardklavier uit de 18e eeuw. In het museum wordt het volledige klokkengietproces voorgesteld.
De Muziekodroom is een muziekcentrum, gericht op zowel de actieve muzikant als de passieve popconsument.
Het Kunstencentrum BELGIE is een erkend kunstencentrum met een aanbod aan culturele activiteiten. Het presenteert op jaarbasis een 200-tal publieke voorstellingen met video- en film, dans en theater, concerten, exposities en performances.
Eind 2007 vormden 19 kunstenaars, designers en (interieur)architecten de Hasseltse zebrapaden van de Groene Boulevard om tot "kunstoverstapplaatsen". Het project kreeg de titel crossovercrosswalk mee. De ontwerpen waren van de hand van Atelier Brink, Academie Hasselt, Arte Skol, Bram Boo, Christophe Coppens, Dada Design, Steven Brouns, Geoffrey Brusato, Sara De Bondt, Saskia de Coster i.s.m. Arno Geens, Willo Gonnissen, Stijn Helsen, Linde Hermans, Josworld, Victor Simoni, Piet Stockmans, Koen Vanmechelen, Ben Van Orshaegen en Fenna Zamouri.
Het Cultuurcentrum Hasselt, afgekort CCHa, brengt elk jaar theaterproducties, concerten, ballet- en operauitvoeringen naar Hasselt . Het omvat een grote en kleine schouwburg, een tentoonstellingsruimte, een ruime onthaalruimte, vergaderzalen, een restaurant en een park in het centrum van Hasselt. In 2006 werd de grote schouwburg volledig gerenoveerd en voorzien van een balkon.
De Abdij van Herkenrode is de eerste en ooit de rijkste vrouwenabdij in de Zuidelijke Nederlanden. De site is een stille getuige van een groots verleden dat rond 1180 begon in het centrum van het graafschap Loon. Tot aan de Franse Revolutie kende de abdij een voortdurende groei en bloei. Daarna werd ze volledig ontmanteld, verkocht en verdeeld. 200 jaren van verval en afbraak volgden. In die periode zijn onder meer de kerk en de kloostergang verdwenen. In 1972 kochten de Kanunnikessen van het Heilg Graf en in 1998 het Vlaamse gewest het overblijvende domein. Momenteel wordt er hard gewerkt aan een nieuwe bestemming voor de abdij en het 100 hectare omliggende (natuur)gebied aan de Demer.